Het Gesprek in Midden-Drenthe: de Wmo-toegang tot maatwerkvoorzieningen

Onderzoeksoutput: ReportProfessional

44 Downloads (Pure)

Uittreksel

De doelstelling van de Wmo-Praktijk Midden-Drenthe was om tot een werkzame en breed gedragen organisatie van de toegang voor ‘speciale doelgroepen’ te komen. Dat wil zeggen, die doelgroepen die door de transitie van de AWBZ naar de Wmo onder de verantwoordelijkheid van de gemeente zouden komen en een ‘maatwerkvoorziening’ nodig hebben: ouderen, mensen met een verstandelijke, psychische of psychiatrische beperking.

Een wettelijke manier waarop gemeentes tot maatwerkvoorzieningen moeten komen is middels Het Onderzoek, in dit rapport Het Gesprek genoemd. De vragen waarop dit onderzoek antwoord geeft is hoe deze toegang tot de Wmo voor deze doelgroepen georganiseerd kon worden? Wie zouden de Gesprekken gaan doen en wat was er allemaal nodig om de toegang te organiseren? Hoe kon hierbinnen het interdisciplinaire werken vorm krijgen? En welke competenties zijn hiervoor nodig? Om tot beantwoording van deze vragen te komen is er anderhalf jaar lang (2013-2015) kwalitatief onderzoek gedaan door middel van observaties, documentanalyse en interviews.

Uit de resultaten blijkt dat er een gedragen toegang is ontstaan waarbij uiteindelijk in elk kerndorp van de gemeente (Beilen, Westerbork en Smilde) een ‘arrangemententeam’ is geïnstalleerd. Elk team bestaat uit Wmo-consulenten, medewerkers van Welzijnswerk Midden-Drenthe en een MEE-Drenthe consulent. De MEE-consulenten en de Welzijnswerkers zijn verantwoordelijk voor het voeren van de Gesprekken met aanvragers van ondersteuning. Zij stellen een Ondersteuningsplan op en brengen advies uit aan het arrangemententeam. Vervolgens geven de Wmo-consulenten een beschikking af op het Ondersteuningsplan. Door deze splitsing in taken is de onafhankelijke cliëntondersteuning gewaarborgd: zo is het voor burgers/cliënten duidelijk dat de cliëntondersteuners ‘naast de burger staan’. De kanttekening die hierbij geplaatst kan worden is of de professionals op deze manier wel ‘gekanteld’ kunnen leren werken en niet te veel zullen terugvallen in hun ‘oude groeven’, zoals een locatiehoofd van Welzijnswerk het noemde.
Dat de professionals ‘gekanteld’ willen leren werken (en dit voor een groot deel ook al doen) is in dit onderzoek heel duidelijk geworden. Hoewel iedereen gekanteld werken anders verwoordt, is men het over eens dat het er met name om gaat dat er meer dan voorheen gekeken wordt naar en gedacht wordt vanuit de eigen kracht van mensen en dat deze gestimuleerd wordt. Een tweede opdracht van de kanteling die iedereen benoemde was meer aandacht voor het netwerk van mensen: het in kaart brengen ervan, het in standhouden en versterken ervan. Opvallend was dat juist op deze twee gebieden met name Welzijnswerkers zeiden nog te leren te hebben. Aangezien de Wmo-consulenten niet geïnterviewd zijn, is dit van hen niet bekend.
De vier gebieden waarop een Gespreksvoerder competentie zou moeten verwerven zijn: Gespreksvaardigheden; levensbrede vraagverheldering; contextgericht en integraal werken; ontwikkelingsgericht werken. De geïnterviewde Welzijnswerkers geven aan met name op het gebied van integraal (betrekken netwerk) en op het gebied van ontwikkeling (eigen kracht) nog wat verder te willen leren. Dat de MEE-consulenten zichzelf hier anders op scoren komt met name omdat zij getraind zijn in Sociale Netwerkversterking en vanuit hun organisatie al gericht bezig waren met ‘eigen kracht’ van hun cliënten.
T-shaped of interdisciplinair werken is een vereiste in Welzijn Nieuwe Stijl. Uiteindelijk komt het de burger ten goede wanneer professionals over de grenzen van hun eigen specialisme heen kijken en de expertise van andere specialismen leren kennen en toepassen. Hoewel binnen Welzijnswerk Midden-Drenthe, mede door de opzet van dorpenteams, hieraan binnen de eigen organisatie belang gehecht wordt en de gemeente interdisciplinaire jeugdteams heeft opgezet, komt het interdisciplinaire werken binnen de arrangemententeams nog moeizaam op gang. Dit interdisciplinaire werken wordt mede door de strakke scheiding in taken (‘adviesgevenden en beschikkers’) bemoeilijkt. Ook heersen er stereotiepe denkbeelden over elkaar tussen enerzijds de Wmo-consulenten en anderzijds de cliëntadviseurs en MEE-consulenten. Hoewel het bewustzijn hierover aanwezig is, waren er tegen het einde van dit onderzoek slechts eerste pogingen om hierover in gesprek te gaan met elkaar.

Op basis van alle verzamelde gegevens zijn er op drie gebieden de volgende aanbevelingen gedaan:

Aanbevelingen op het gebied van de inrichting van de toegang
1. De visie op het transformatieproces dat volgt op de AWBZ-transitie in het vizier houden.
2. Bij zelfsturend maken van arrangemententeam hierbij de fases voor ogen houden en een coördinator aanwijzen die mee kan groeien naar coach.
3. Onderzoek naar ondersteuning (systematiseren).

Aanbevelingen op het gebied van doorontwikkeling werkwijze en scholing
1. Investeren in kantelen en interdisciplinair samenwerken: Instellen casuïstiekbesprekingen voor arrangemententeams.
2. Het afstemmen van de werkwijze met betrekking tot bevragen en stimuleren van eigen kracht en het sociale netwerk van burgers in het Gesprek en rapportage hierover.
3. Het aanbieden van trainingen op het gebied van bijvoorbeeld Sociale Netwerkversterking en/of Eenzaamheid (herkennen, interventies).
4. Het opzetten van een expertisecentrum voor professionals, vrijwilligers, ervaringsdeskundigen.

Aanbevelingen op het gebied van interne en externe communicatie
1. Informatievoorziening van de arrangemententeams via een afgesloten website voor de teamleden.
2. Communicatie over Het Gesprek naar burgers op verschillende manieren: instellen communicatie-deskundige. Evaluatie van Gesprekken met burgers opstarten.
3. Communicatie tussen alle teams en overleggen in kaart brengen en advies op maken.
Originele taal-2Dutch
Plaats van productieGroningen
UitgeverijHanze University of Applied Sciences, Groningen - Centre of Expertise Healthy Ageing
Aantal pagina's88
StatusPublished - 2016

Keywords

  • wmo-werkplaatsen
  • communicatieprocessen
  • drenthe
  • voorzieningen
  • organisatie

Citeer dit

Kuik, S. (2016). Het Gesprek in Midden-Drenthe: de Wmo-toegang tot maatwerkvoorzieningen. Groningen: Hanze University of Applied Sciences, Groningen - Centre of Expertise Healthy Ageing.
Kuik, Suzanne. / Het Gesprek in Midden-Drenthe: de Wmo-toegang tot maatwerkvoorzieningen. Groningen : Hanze University of Applied Sciences, Groningen - Centre of Expertise Healthy Ageing, 2016. 88 blz.
@book{da1e6d943ca4420e876f5c0dcf739700,
title = "Het Gesprek in Midden-Drenthe: de Wmo-toegang tot maatwerkvoorzieningen",
abstract = "De doelstelling van de Wmo-Praktijk Midden-Drenthe was om tot een werkzame en breed gedragen organisatie van de toegang voor ‘speciale doelgroepen’ te komen. Dat wil zeggen, die doelgroepen die door de transitie van de AWBZ naar de Wmo onder de verantwoordelijkheid van de gemeente zouden komen en een ‘maatwerkvoorziening’ nodig hebben: ouderen, mensen met een verstandelijke, psychische of psychiatrische beperking. Een wettelijke manier waarop gemeentes tot maatwerkvoorzieningen moeten komen is middels Het Onderzoek, in dit rapport Het Gesprek genoemd. De vragen waarop dit onderzoek antwoord geeft is hoe deze toegang tot de Wmo voor deze doelgroepen georganiseerd kon worden? Wie zouden de Gesprekken gaan doen en wat was er allemaal nodig om de toegang te organiseren? Hoe kon hierbinnen het interdisciplinaire werken vorm krijgen? En welke competenties zijn hiervoor nodig? Om tot beantwoording van deze vragen te komen is er anderhalf jaar lang (2013-2015) kwalitatief onderzoek gedaan door middel van observaties, documentanalyse en interviews. Uit de resultaten blijkt dat er een gedragen toegang is ontstaan waarbij uiteindelijk in elk kerndorp van de gemeente (Beilen, Westerbork en Smilde) een ‘arrangemententeam’ is ge{\"i}nstalleerd. Elk team bestaat uit Wmo-consulenten, medewerkers van Welzijnswerk Midden-Drenthe en een MEE-Drenthe consulent. De MEE-consulenten en de Welzijnswerkers zijn verantwoordelijk voor het voeren van de Gesprekken met aanvragers van ondersteuning. Zij stellen een Ondersteuningsplan op en brengen advies uit aan het arrangemententeam. Vervolgens geven de Wmo-consulenten een beschikking af op het Ondersteuningsplan. Door deze splitsing in taken is de onafhankelijke cli{\"e}ntondersteuning gewaarborgd: zo is het voor burgers/cli{\"e}nten duidelijk dat de cli{\"e}ntondersteuners ‘naast de burger staan’. De kanttekening die hierbij geplaatst kan worden is of de professionals op deze manier wel ‘gekanteld’ kunnen leren werken en niet te veel zullen terugvallen in hun ‘oude groeven’, zoals een locatiehoofd van Welzijnswerk het noemde.Dat de professionals ‘gekanteld’ willen leren werken (en dit voor een groot deel ook al doen) is in dit onderzoek heel duidelijk geworden. Hoewel iedereen gekanteld werken anders verwoordt, is men het over eens dat het er met name om gaat dat er meer dan voorheen gekeken wordt naar en gedacht wordt vanuit de eigen kracht van mensen en dat deze gestimuleerd wordt. Een tweede opdracht van de kanteling die iedereen benoemde was meer aandacht voor het netwerk van mensen: het in kaart brengen ervan, het in standhouden en versterken ervan. Opvallend was dat juist op deze twee gebieden met name Welzijnswerkers zeiden nog te leren te hebben. Aangezien de Wmo-consulenten niet ge{\"i}nterviewd zijn, is dit van hen niet bekend.De vier gebieden waarop een Gespreksvoerder competentie zou moeten verwerven zijn: Gespreksvaardigheden; levensbrede vraagverheldering; contextgericht en integraal werken; ontwikkelingsgericht werken. De ge{\"i}nterviewde Welzijnswerkers geven aan met name op het gebied van integraal (betrekken netwerk) en op het gebied van ontwikkeling (eigen kracht) nog wat verder te willen leren. Dat de MEE-consulenten zichzelf hier anders op scoren komt met name omdat zij getraind zijn in Sociale Netwerkversterking en vanuit hun organisatie al gericht bezig waren met ‘eigen kracht’ van hun cli{\"e}nten.T-shaped of interdisciplinair werken is een vereiste in Welzijn Nieuwe Stijl. Uiteindelijk komt het de burger ten goede wanneer professionals over de grenzen van hun eigen specialisme heen kijken en de expertise van andere specialismen leren kennen en toepassen. Hoewel binnen Welzijnswerk Midden-Drenthe, mede door de opzet van dorpenteams, hieraan binnen de eigen organisatie belang gehecht wordt en de gemeente interdisciplinaire jeugdteams heeft opgezet, komt het interdisciplinaire werken binnen de arrangemententeams nog moeizaam op gang. Dit interdisciplinaire werken wordt mede door de strakke scheiding in taken (‘adviesgevenden en beschikkers’) bemoeilijkt. Ook heersen er stereotiepe denkbeelden over elkaar tussen enerzijds de Wmo-consulenten en anderzijds de cli{\"e}ntadviseurs en MEE-consulenten. Hoewel het bewustzijn hierover aanwezig is, waren er tegen het einde van dit onderzoek slechts eerste pogingen om hierover in gesprek te gaan met elkaar. Op basis van alle verzamelde gegevens zijn er op drie gebieden de volgende aanbevelingen gedaan:Aanbevelingen op het gebied van de inrichting van de toegang1. De visie op het transformatieproces dat volgt op de AWBZ-transitie in het vizier houden.2. Bij zelfsturend maken van arrangemententeam hierbij de fases voor ogen houden en een co{\"o}rdinator aanwijzen die mee kan groeien naar coach.3. Onderzoek naar ondersteuning (systematiseren).Aanbevelingen op het gebied van doorontwikkeling werkwijze en scholing1. Investeren in kantelen en interdisciplinair samenwerken: Instellen casu{\"i}stiekbesprekingen voor arrangemententeams.2. Het afstemmen van de werkwijze met betrekking tot bevragen en stimuleren van eigen kracht en het sociale netwerk van burgers in het Gesprek en rapportage hierover.3. Het aanbieden van trainingen op het gebied van bijvoorbeeld Sociale Netwerkversterking en/of Eenzaamheid (herkennen, interventies).4. Het opzetten van een expertisecentrum voor professionals, vrijwilligers, ervaringsdeskundigen.Aanbevelingen op het gebied van interne en externe communicatie1. Informatievoorziening van de arrangemententeams via een afgesloten website voor de teamleden.2. Communicatie over Het Gesprek naar burgers op verschillende manieren: instellen communicatie-deskundige. Evaluatie van Gesprekken met burgers opstarten.3. Communicatie tussen alle teams en overleggen in kaart brengen en advies op maken.",
keywords = "wmo-werkplaatsen, communicatieprocessen, drenthe, voorzieningen, organisatie",
author = "Suzanne Kuik",
year = "2016",
language = "Dutch",
publisher = "Hanze University of Applied Sciences, Groningen - Centre of Expertise Healthy Ageing",

}

Kuik, S 2016, Het Gesprek in Midden-Drenthe: de Wmo-toegang tot maatwerkvoorzieningen. Hanze University of Applied Sciences, Groningen - Centre of Expertise Healthy Ageing, Groningen.

Het Gesprek in Midden-Drenthe: de Wmo-toegang tot maatwerkvoorzieningen. / Kuik, Suzanne.

Groningen : Hanze University of Applied Sciences, Groningen - Centre of Expertise Healthy Ageing, 2016. 88 blz.

Onderzoeksoutput: ReportProfessional

TY - BOOK

T1 - Het Gesprek in Midden-Drenthe: de Wmo-toegang tot maatwerkvoorzieningen

AU - Kuik, Suzanne

PY - 2016

Y1 - 2016

N2 - De doelstelling van de Wmo-Praktijk Midden-Drenthe was om tot een werkzame en breed gedragen organisatie van de toegang voor ‘speciale doelgroepen’ te komen. Dat wil zeggen, die doelgroepen die door de transitie van de AWBZ naar de Wmo onder de verantwoordelijkheid van de gemeente zouden komen en een ‘maatwerkvoorziening’ nodig hebben: ouderen, mensen met een verstandelijke, psychische of psychiatrische beperking. Een wettelijke manier waarop gemeentes tot maatwerkvoorzieningen moeten komen is middels Het Onderzoek, in dit rapport Het Gesprek genoemd. De vragen waarop dit onderzoek antwoord geeft is hoe deze toegang tot de Wmo voor deze doelgroepen georganiseerd kon worden? Wie zouden de Gesprekken gaan doen en wat was er allemaal nodig om de toegang te organiseren? Hoe kon hierbinnen het interdisciplinaire werken vorm krijgen? En welke competenties zijn hiervoor nodig? Om tot beantwoording van deze vragen te komen is er anderhalf jaar lang (2013-2015) kwalitatief onderzoek gedaan door middel van observaties, documentanalyse en interviews. Uit de resultaten blijkt dat er een gedragen toegang is ontstaan waarbij uiteindelijk in elk kerndorp van de gemeente (Beilen, Westerbork en Smilde) een ‘arrangemententeam’ is geïnstalleerd. Elk team bestaat uit Wmo-consulenten, medewerkers van Welzijnswerk Midden-Drenthe en een MEE-Drenthe consulent. De MEE-consulenten en de Welzijnswerkers zijn verantwoordelijk voor het voeren van de Gesprekken met aanvragers van ondersteuning. Zij stellen een Ondersteuningsplan op en brengen advies uit aan het arrangemententeam. Vervolgens geven de Wmo-consulenten een beschikking af op het Ondersteuningsplan. Door deze splitsing in taken is de onafhankelijke cliëntondersteuning gewaarborgd: zo is het voor burgers/cliënten duidelijk dat de cliëntondersteuners ‘naast de burger staan’. De kanttekening die hierbij geplaatst kan worden is of de professionals op deze manier wel ‘gekanteld’ kunnen leren werken en niet te veel zullen terugvallen in hun ‘oude groeven’, zoals een locatiehoofd van Welzijnswerk het noemde.Dat de professionals ‘gekanteld’ willen leren werken (en dit voor een groot deel ook al doen) is in dit onderzoek heel duidelijk geworden. Hoewel iedereen gekanteld werken anders verwoordt, is men het over eens dat het er met name om gaat dat er meer dan voorheen gekeken wordt naar en gedacht wordt vanuit de eigen kracht van mensen en dat deze gestimuleerd wordt. Een tweede opdracht van de kanteling die iedereen benoemde was meer aandacht voor het netwerk van mensen: het in kaart brengen ervan, het in standhouden en versterken ervan. Opvallend was dat juist op deze twee gebieden met name Welzijnswerkers zeiden nog te leren te hebben. Aangezien de Wmo-consulenten niet geïnterviewd zijn, is dit van hen niet bekend.De vier gebieden waarop een Gespreksvoerder competentie zou moeten verwerven zijn: Gespreksvaardigheden; levensbrede vraagverheldering; contextgericht en integraal werken; ontwikkelingsgericht werken. De geïnterviewde Welzijnswerkers geven aan met name op het gebied van integraal (betrekken netwerk) en op het gebied van ontwikkeling (eigen kracht) nog wat verder te willen leren. Dat de MEE-consulenten zichzelf hier anders op scoren komt met name omdat zij getraind zijn in Sociale Netwerkversterking en vanuit hun organisatie al gericht bezig waren met ‘eigen kracht’ van hun cliënten.T-shaped of interdisciplinair werken is een vereiste in Welzijn Nieuwe Stijl. Uiteindelijk komt het de burger ten goede wanneer professionals over de grenzen van hun eigen specialisme heen kijken en de expertise van andere specialismen leren kennen en toepassen. Hoewel binnen Welzijnswerk Midden-Drenthe, mede door de opzet van dorpenteams, hieraan binnen de eigen organisatie belang gehecht wordt en de gemeente interdisciplinaire jeugdteams heeft opgezet, komt het interdisciplinaire werken binnen de arrangemententeams nog moeizaam op gang. Dit interdisciplinaire werken wordt mede door de strakke scheiding in taken (‘adviesgevenden en beschikkers’) bemoeilijkt. Ook heersen er stereotiepe denkbeelden over elkaar tussen enerzijds de Wmo-consulenten en anderzijds de cliëntadviseurs en MEE-consulenten. Hoewel het bewustzijn hierover aanwezig is, waren er tegen het einde van dit onderzoek slechts eerste pogingen om hierover in gesprek te gaan met elkaar. Op basis van alle verzamelde gegevens zijn er op drie gebieden de volgende aanbevelingen gedaan:Aanbevelingen op het gebied van de inrichting van de toegang1. De visie op het transformatieproces dat volgt op de AWBZ-transitie in het vizier houden.2. Bij zelfsturend maken van arrangemententeam hierbij de fases voor ogen houden en een coördinator aanwijzen die mee kan groeien naar coach.3. Onderzoek naar ondersteuning (systematiseren).Aanbevelingen op het gebied van doorontwikkeling werkwijze en scholing1. Investeren in kantelen en interdisciplinair samenwerken: Instellen casuïstiekbesprekingen voor arrangemententeams.2. Het afstemmen van de werkwijze met betrekking tot bevragen en stimuleren van eigen kracht en het sociale netwerk van burgers in het Gesprek en rapportage hierover.3. Het aanbieden van trainingen op het gebied van bijvoorbeeld Sociale Netwerkversterking en/of Eenzaamheid (herkennen, interventies).4. Het opzetten van een expertisecentrum voor professionals, vrijwilligers, ervaringsdeskundigen.Aanbevelingen op het gebied van interne en externe communicatie1. Informatievoorziening van de arrangemententeams via een afgesloten website voor de teamleden.2. Communicatie over Het Gesprek naar burgers op verschillende manieren: instellen communicatie-deskundige. Evaluatie van Gesprekken met burgers opstarten.3. Communicatie tussen alle teams en overleggen in kaart brengen en advies op maken.

AB - De doelstelling van de Wmo-Praktijk Midden-Drenthe was om tot een werkzame en breed gedragen organisatie van de toegang voor ‘speciale doelgroepen’ te komen. Dat wil zeggen, die doelgroepen die door de transitie van de AWBZ naar de Wmo onder de verantwoordelijkheid van de gemeente zouden komen en een ‘maatwerkvoorziening’ nodig hebben: ouderen, mensen met een verstandelijke, psychische of psychiatrische beperking. Een wettelijke manier waarop gemeentes tot maatwerkvoorzieningen moeten komen is middels Het Onderzoek, in dit rapport Het Gesprek genoemd. De vragen waarop dit onderzoek antwoord geeft is hoe deze toegang tot de Wmo voor deze doelgroepen georganiseerd kon worden? Wie zouden de Gesprekken gaan doen en wat was er allemaal nodig om de toegang te organiseren? Hoe kon hierbinnen het interdisciplinaire werken vorm krijgen? En welke competenties zijn hiervoor nodig? Om tot beantwoording van deze vragen te komen is er anderhalf jaar lang (2013-2015) kwalitatief onderzoek gedaan door middel van observaties, documentanalyse en interviews. Uit de resultaten blijkt dat er een gedragen toegang is ontstaan waarbij uiteindelijk in elk kerndorp van de gemeente (Beilen, Westerbork en Smilde) een ‘arrangemententeam’ is geïnstalleerd. Elk team bestaat uit Wmo-consulenten, medewerkers van Welzijnswerk Midden-Drenthe en een MEE-Drenthe consulent. De MEE-consulenten en de Welzijnswerkers zijn verantwoordelijk voor het voeren van de Gesprekken met aanvragers van ondersteuning. Zij stellen een Ondersteuningsplan op en brengen advies uit aan het arrangemententeam. Vervolgens geven de Wmo-consulenten een beschikking af op het Ondersteuningsplan. Door deze splitsing in taken is de onafhankelijke cliëntondersteuning gewaarborgd: zo is het voor burgers/cliënten duidelijk dat de cliëntondersteuners ‘naast de burger staan’. De kanttekening die hierbij geplaatst kan worden is of de professionals op deze manier wel ‘gekanteld’ kunnen leren werken en niet te veel zullen terugvallen in hun ‘oude groeven’, zoals een locatiehoofd van Welzijnswerk het noemde.Dat de professionals ‘gekanteld’ willen leren werken (en dit voor een groot deel ook al doen) is in dit onderzoek heel duidelijk geworden. Hoewel iedereen gekanteld werken anders verwoordt, is men het over eens dat het er met name om gaat dat er meer dan voorheen gekeken wordt naar en gedacht wordt vanuit de eigen kracht van mensen en dat deze gestimuleerd wordt. Een tweede opdracht van de kanteling die iedereen benoemde was meer aandacht voor het netwerk van mensen: het in kaart brengen ervan, het in standhouden en versterken ervan. Opvallend was dat juist op deze twee gebieden met name Welzijnswerkers zeiden nog te leren te hebben. Aangezien de Wmo-consulenten niet geïnterviewd zijn, is dit van hen niet bekend.De vier gebieden waarop een Gespreksvoerder competentie zou moeten verwerven zijn: Gespreksvaardigheden; levensbrede vraagverheldering; contextgericht en integraal werken; ontwikkelingsgericht werken. De geïnterviewde Welzijnswerkers geven aan met name op het gebied van integraal (betrekken netwerk) en op het gebied van ontwikkeling (eigen kracht) nog wat verder te willen leren. Dat de MEE-consulenten zichzelf hier anders op scoren komt met name omdat zij getraind zijn in Sociale Netwerkversterking en vanuit hun organisatie al gericht bezig waren met ‘eigen kracht’ van hun cliënten.T-shaped of interdisciplinair werken is een vereiste in Welzijn Nieuwe Stijl. Uiteindelijk komt het de burger ten goede wanneer professionals over de grenzen van hun eigen specialisme heen kijken en de expertise van andere specialismen leren kennen en toepassen. Hoewel binnen Welzijnswerk Midden-Drenthe, mede door de opzet van dorpenteams, hieraan binnen de eigen organisatie belang gehecht wordt en de gemeente interdisciplinaire jeugdteams heeft opgezet, komt het interdisciplinaire werken binnen de arrangemententeams nog moeizaam op gang. Dit interdisciplinaire werken wordt mede door de strakke scheiding in taken (‘adviesgevenden en beschikkers’) bemoeilijkt. Ook heersen er stereotiepe denkbeelden over elkaar tussen enerzijds de Wmo-consulenten en anderzijds de cliëntadviseurs en MEE-consulenten. Hoewel het bewustzijn hierover aanwezig is, waren er tegen het einde van dit onderzoek slechts eerste pogingen om hierover in gesprek te gaan met elkaar. Op basis van alle verzamelde gegevens zijn er op drie gebieden de volgende aanbevelingen gedaan:Aanbevelingen op het gebied van de inrichting van de toegang1. De visie op het transformatieproces dat volgt op de AWBZ-transitie in het vizier houden.2. Bij zelfsturend maken van arrangemententeam hierbij de fases voor ogen houden en een coördinator aanwijzen die mee kan groeien naar coach.3. Onderzoek naar ondersteuning (systematiseren).Aanbevelingen op het gebied van doorontwikkeling werkwijze en scholing1. Investeren in kantelen en interdisciplinair samenwerken: Instellen casuïstiekbesprekingen voor arrangemententeams.2. Het afstemmen van de werkwijze met betrekking tot bevragen en stimuleren van eigen kracht en het sociale netwerk van burgers in het Gesprek en rapportage hierover.3. Het aanbieden van trainingen op het gebied van bijvoorbeeld Sociale Netwerkversterking en/of Eenzaamheid (herkennen, interventies).4. Het opzetten van een expertisecentrum voor professionals, vrijwilligers, ervaringsdeskundigen.Aanbevelingen op het gebied van interne en externe communicatie1. Informatievoorziening van de arrangemententeams via een afgesloten website voor de teamleden.2. Communicatie over Het Gesprek naar burgers op verschillende manieren: instellen communicatie-deskundige. Evaluatie van Gesprekken met burgers opstarten.3. Communicatie tussen alle teams en overleggen in kaart brengen en advies op maken.

KW - wmo-werkplaatsen

KW - communicatieprocessen

KW - drenthe

KW - voorzieningen

KW - organisatie

M3 - Report

BT - Het Gesprek in Midden-Drenthe: de Wmo-toegang tot maatwerkvoorzieningen

PB - Hanze University of Applied Sciences, Groningen - Centre of Expertise Healthy Ageing

CY - Groningen

ER -

Kuik S. Het Gesprek in Midden-Drenthe: de Wmo-toegang tot maatwerkvoorzieningen. Groningen: Hanze University of Applied Sciences, Groningen - Centre of Expertise Healthy Ageing, 2016. 88 blz.