Talentontwikkeling in educatieve externe leeromgevingen

Geveke, C. (Speaker)

Activiteit: Oral presentation

Description

Deze morgen vertelde mijn zoon dat over 100 jaar de mensheid is uitgestorven en hij maakte zich daar zorgen over. Onlangs kwamen wetenschappers met het bericht dat het ijs op de Noordpool nog nooit zo dun is geweest en dat er een toename is van Antarctisch zee-ijs. Dit zal binnen afzienbare tijd grote problemen geven. Om deze maatschappelijk relevante vraagstukken op te kunnen lossen, hebben we wetenschapstalent nodig: een grote berg nieuwsgierigheid en een groot vermogen om conceptueel te kunnen denken/redeneren.

Wetenschapsactiviteiten die leerlingen kunnen gaan doen met hun schoolklas buiten de school hebben tot doel die nieuwsgierigheid voor wetenschappelijke vraagstukken en enthousiasme over de wereld om hen heen aan te wakkeren. Echter, alleen een bezoekje aan een zo'n activiteit is niet genoeg om wetenschapstalent te laten ontluiken en ontwikkelen. Als de activiteit niet goed ingebed wordt in de scholen én als de activiteit niet goed begeleid wordt, levert zo'n bezoekje te weinig op. Om wetenschapstalent te stimuleren zouden leerkrachten, ondanks het tijdgebrek die ze ervaren, toch het bezoek moeten voorbereiden en verwerken op school. Daarnaast is het van belang dat leerkrachten en educatief medewerkers van externe wetenschapsactiviteiten een onderwijsstijl hanteren die meer open is dan gebruikelijk, meer gericht is op het conceptuele denken van de leerlingen en minder op feitenkennis, zodat het wetenschapstalent kan ontluiken en ontwikkelen en talentmomenten kunnen ontstaan.

We zijn tot deze bevindingen gekomen door het interactie-onderzoek dat we hebben gedaan. Door gedrag te observeren precies op het moment waarop het zich voordoet (in de micro-interactie), konden we ontdekken wanneer talentvol gedrag (conceptueel denken, spontane uitingen van leerlingen) zich voordeed en hoe dat talentvol gedrag ontloken werd door de begeleider (vragen stellen gericht op conceptueel denken, aanmoedigen en denkpauzes inlassen). Opvallend was dat talentvol gedrag niet in de leerling zit wat de leerkracht eruit moet halen. Het ontstaat in de wederzijds beïnvloedende interactie waarin talentvol gedrag van de leerling en het talentontlokkend gedrag van de begeleider elkaar bepalen. In het proefschrift wordt dit Expressed Pedagogical Content Knowledge (EPCK) genoemd: de pedagogisch-didactische inhoudskennis die zichtbaar wordt in de interactie tussen leerlingen en de begeleider. Bovendien viel op dat dit EPCK (dus dat verstrengelde talentvol gedrag en talentontlokkend gedrag) een variabel patroon over de tijd liet zien en in enkele gevallen stabiliseerde in talentmomenten die wat langduriger waren en vaker voorkwamen. Dat gebeurde alleen wanneer de begeleider getraind was en de activiteiten waren voorbereid op school. Dat betrof een training in het toepassen van een open leerkrachtstijl gericht op conceptueel denken. Deze pedagogische-didactische benadering wordt ook wel de TalentenKracht (of Curious Minds) benadering genoemd.

Een open leerkrachtstijl gericht op conceptueel denken kan geleerd worden in een kortdurende training, waarbij video-voorbeelden worden gebruikt. Eigenlijk is het vragen naar wat leerlingen denken echt niet zo moeilijk: It's Not Rocket Science!

Het volledige proefschrift is te vinden via deze link. Een hardcopy exemplaar kunt u aanvragen bij het secretariaat van het lectoraat Integraal Jeugdbeleid via telefoonnummer (050) 595 21 55 of e-mail lectoraatijb@org.hanze.nl.

Ter gelegenheid van Carla haar promotie wordt op vrijdag 3 februari aanstaande het minisymposium 'Traktaties van Talenten' georganiseerd.
Periode3 feb 2017
Gehouden opJeugd, Educatie en Samenleving
Mate van erkenningLocal

Keywords

  • wetenschap
  • onderwijs
  • talentontwikkeling
  • interactie
  • conceptueel denken