Hoger vermogen bij eenzelfde hartfrequentie in wielrennen: prestatieverbetering of vermoeidheid?

Otter, R. (Speaker)

Activiteit: Oral presentation

Description

Inleiding
Professioneel wielrennen is een veeleisende sport. Wielrenners trachten hun belasting en herstel om zo goed mogelijk te monitoren om overtraining te voorkomen en om zo goed mogelijk te presteren. Dit doen ze vaak aan de hand van vermogen en hartfrequentie tijdens trainingen. De algemene opvatting is dat sporters fitter zijn als ze een hoger vermogen leveren bij eenzelfde hartfrequentie (Astrand, 1954). Daarentegen blijkt uit recent onderzoek dat sporters ook meer vermogen leveren bij eenzelfde hartfrequentie wanneer ze vermoeid zijn (Hammes, 2016). Dit effect lijkt duidelijker te zijn voor matige intensiteit in vergelijking met hoge intensiteit. Beide observaties zijn gebaseerd op gestandaardiseerde testen. Het doel is nu om bij professionele wielrenners te onderzoeken hoe het vermogen verandert in vijf hartfrequentie-zones (HFzones) tijdens drie weken waarin de vermoeidheid substantieel toeneemt. Dit is gedaan aan de hand van vermogen en hartfrequentie van een natuurlijk vermoeidheidsmodel: grote wielerrondes.

Methode
De datasets van 11 grote rondes van 8 professionele wielrenners zijn geanalyseerd. Hiervoor zijn de volgende rondes meegenomen: Giro d’Italia (n=5), Tour de France (n=3) en Vuelta a España (n=3). Tijdens deze rondes hebben de wielrenners hun hartfrequentie en vermogen continu gemonitord. De HFzones zijn berekend per wielrenner ten opzichte van zijn maximale HF gedurende het jaar van die ronde, respectievelijk: Zone1: 50-59%, Zone2: 60-69, Zone3: 70-79, Zone4: 80-89%, Zone5: 90-100%. Voor iedere HFzone is het bijbehorende vermogen berekend. Deze gegevens zijn verdeeld in de drie weken van elke ronde, waarvan de eerste drie dagen als baseline zijn genomen. Veranderingen in vermogen zijn per week en per HFzone weergegeven in percentages van de baseline.

Resultaten
De resultaten laten zien dat de wielrenners een gemiddeld genormaliseerd vermogen leveren van 288±20 Watt tijdens de grote rondes, zonder verschil tussen de drie weken. Gemiddeld is slechts 2% in Zone5 gereden, waardoor deze zone niet verder geanalyseerd is. Een repeated measures ANOVA laat zien dat het vermogen in Zone2 en Zone3 significant toeneemt in de derde week (110±10%; 115±8%) ten opzichte van de eerste week (104±6%; 107±6%). In Zone1 en 4 zijn geen verschillen gevonden in het bijbehorende vermogen over de drie weken.

Discussie
Tijdens drie zeer vermoeiende weken van grote rondes laten professionele wielrenners een toename in vermogen zien bij hartfrequenties tussen 70% en 90%. Dit bevestigt dat vermogen ook tijdens veldmetingen toeneemt bij zware vermoeidheid. Dit is belangrijk voor coaches om te overwegen bij het interpreteren van hartfrequentie in relatie tot vermogen.

Astrand et al. (1954) A nomogram for calculation of aerobic capacity (physical fitness) from pulse rate during submaximal work. JAPP 7(2):218-221
Hammes et al,. (2016) Can the lamberts and lambert submaximal cycle test indicate fatigue and recovery in trained cyclists? IJSPP 11(3):328-336
Periode8 nov 2018
EvenementstitelDag van het sportonderzoek (DSO) 2018
EvenementstypeConference
LocatieDen Haag, Netherlands
Mate van erkenningNational

Keywords

  • wielrennen
  • vermogen
  • hartslag
  • trainingsanalyse
  • vermoeidheid