Topsport

Bake Dijk, Maarten van Bottenburg, Veerle de Bosscher, Jens de Rycke, Hiroaki Funahashi

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingChapterProfessional

Abstract

Allereerst valt op dat het topsportklimaat en het topsportsucces van Nederland grosso modo zijn verbeterd terwijl de in topsport geïnvesteerde middelen min of meer gelijk zijn gebleven. Op basis daarvan kan worden gesteld dat de efficiëntie van het beleid is toegenomen. Het is goed mogelijk dat dit mede het gevolg is van het focusbeleid dat NOC*NSF sinds 2013 heeft gevoerd: de beschikbare middelen zijn vanaf dat jaar ingezet in topsportprogramma’s met
de grootste kans op sportief succes. Als gevolg van dit focusbeleid hebben sommige bonden hun topsportbudget zien toenemen, terwijl andere sportbonden de inkomsten voor hun topsportprogramma hebben zien teruglopen of zelfs opdrogen. De prestatieontwikkeling van Nederlandse topsporters in de Olympische en Paralympische disciplines geeft reden te veronderstellen dat dit focusbeleid per saldo een positieve uitwerking heeft
gehad: met gelijk gebleven uitgaven uit collectieve middelen zijn betere prestaties geleverd. Of het topsportbeleid daarmee ook effectief is geweest, valt niet te bepalen. Daarvoor weten we te weinig over de invloed die de behaalde successen hebben gehad op de maatschappelijke betekenissen en de publieke waarde die met het topsportbeleid worden nagestreefd. De gepresenteerde onderzoeksgegevens laten wel zien dat de waarde die de Nederlandse bevolking toekent aan topsportsucces afneemt en dat de bevolking steeds meer verdeeld raakt over de wenselijkheid van verdere verhoging van de topsportuitgaven.
Alle reden dus om te blijven volgen en analyseren hoe de topsportuitgaven zich verder ontwikkelen, of die leiden tot betere prestaties en wat daarvan de eecten zijn op de beoogde maatschappelijke betekenissen en publieke waarde.

Original languageDutch
Title of host publicationRapportage sport 2018
Place of PublicationDen Haag
PublisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu & Sociaal en Cultureel Planbureau
Chapter7
Pages138-174
Volume2018-31
ISBN (Electronic)978 90 377 0893 6
Publication statusPublished - 12 Dec 2018

Keywords

  • sportpolicy
  • netherlands

Cite this

Dijk, B., van Bottenburg, M., de Bosscher, V., de Rycke, J., & Funahashi, H. (2018). Topsport. In Rapportage sport 2018 (Vol. 2018-31, pp. 138-174). Den Haag: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu & Sociaal en Cultureel Planbureau.
Dijk, Bake ; van Bottenburg, Maarten ; de Bosscher, Veerle ; de Rycke, Jens ; Funahashi, Hiroaki. / Topsport. Rapportage sport 2018. Vol. 2018-31 Den Haag : Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu & Sociaal en Cultureel Planbureau, 2018. pp. 138-174
@inbook{19c19a2adc194119a41bcfa6077d5ca9,
title = "Topsport",
abstract = "Allereerst valt op dat het topsportklimaat en het topsportsucces van Nederland grosso modo zijn verbeterd terwijl de in topsport ge{\"i}nvesteerde middelen min of meer gelijk zijn gebleven. Op basis daarvan kan worden gesteld dat de effici{\"e}ntie van het beleid is toegenomen. Het is goed mogelijk dat dit mede het gevolg is van het focusbeleid dat NOC*NSF sinds 2013 heeft gevoerd: de beschikbare middelen zijn vanaf dat jaar ingezet in topsportprogramma’s metde grootste kans op sportief succes. Als gevolg van dit focusbeleid hebben sommige bonden hun topsportbudget zien toenemen, terwijl andere sportbonden de inkomsten voor hun topsportprogramma hebben zien teruglopen of zelfs opdrogen. De prestatieontwikkeling van Nederlandse topsporters in de Olympische en Paralympische disciplines geeft reden te veronderstellen dat dit focusbeleid per saldo een positieve uitwerking heeftgehad: met gelijk gebleven uitgaven uit collectieve middelen zijn betere prestaties geleverd. Of het topsportbeleid daarmee ook effectief is geweest, valt niet te bepalen. Daarvoor weten we te weinig over de invloed die de behaalde successen hebben gehad op de maatschappelijke betekenissen en de publieke waarde die met het topsportbeleid worden nagestreefd. De gepresenteerde onderzoeksgegevens laten wel zien dat de waarde die de Nederlandse bevolking toekent aan topsportsucces afneemt en dat de bevolking steeds meer verdeeld raakt over de wenselijkheid van verdere verhoging van de topsportuitgaven.Alle reden dus om te blijven volgen en analyseren hoe de topsportuitgaven zich verder ontwikkelen, of die leiden tot betere prestaties en wat daarvan de eecten zijn op de beoogde maatschappelijke betekenissen en publieke waarde.",
keywords = "sportbeleid, topsport, nederland, sportpolicy, netherlands",
author = "Bake Dijk and {van Bottenburg}, Maarten and {de Bosscher}, Veerle and {de Rycke}, Jens and Hiroaki Funahashi",
year = "2018",
month = "12",
day = "12",
language = "Dutch",
volume = "2018-31",
pages = "138--174",
booktitle = "Rapportage sport 2018",
publisher = "Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu & Sociaal en Cultureel Planbureau",

}

Dijk, B, van Bottenburg, M, de Bosscher, V, de Rycke, J & Funahashi, H 2018, Topsport. in Rapportage sport 2018. vol. 2018-31, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu & Sociaal en Cultureel Planbureau, Den Haag, pp. 138-174.

Topsport. / Dijk, Bake; van Bottenburg, Maarten; de Bosscher, Veerle ; de Rycke, Jens ; Funahashi, Hiroaki.

Rapportage sport 2018. Vol. 2018-31 Den Haag : Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu & Sociaal en Cultureel Planbureau, 2018. p. 138-174.

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingChapterProfessional

TY - CHAP

T1 - Topsport

AU - Dijk, Bake

AU - van Bottenburg, Maarten

AU - de Bosscher, Veerle

AU - de Rycke, Jens

AU - Funahashi, Hiroaki

PY - 2018/12/12

Y1 - 2018/12/12

N2 - Allereerst valt op dat het topsportklimaat en het topsportsucces van Nederland grosso modo zijn verbeterd terwijl de in topsport geïnvesteerde middelen min of meer gelijk zijn gebleven. Op basis daarvan kan worden gesteld dat de efficiëntie van het beleid is toegenomen. Het is goed mogelijk dat dit mede het gevolg is van het focusbeleid dat NOC*NSF sinds 2013 heeft gevoerd: de beschikbare middelen zijn vanaf dat jaar ingezet in topsportprogramma’s metde grootste kans op sportief succes. Als gevolg van dit focusbeleid hebben sommige bonden hun topsportbudget zien toenemen, terwijl andere sportbonden de inkomsten voor hun topsportprogramma hebben zien teruglopen of zelfs opdrogen. De prestatieontwikkeling van Nederlandse topsporters in de Olympische en Paralympische disciplines geeft reden te veronderstellen dat dit focusbeleid per saldo een positieve uitwerking heeftgehad: met gelijk gebleven uitgaven uit collectieve middelen zijn betere prestaties geleverd. Of het topsportbeleid daarmee ook effectief is geweest, valt niet te bepalen. Daarvoor weten we te weinig over de invloed die de behaalde successen hebben gehad op de maatschappelijke betekenissen en de publieke waarde die met het topsportbeleid worden nagestreefd. De gepresenteerde onderzoeksgegevens laten wel zien dat de waarde die de Nederlandse bevolking toekent aan topsportsucces afneemt en dat de bevolking steeds meer verdeeld raakt over de wenselijkheid van verdere verhoging van de topsportuitgaven.Alle reden dus om te blijven volgen en analyseren hoe de topsportuitgaven zich verder ontwikkelen, of die leiden tot betere prestaties en wat daarvan de eecten zijn op de beoogde maatschappelijke betekenissen en publieke waarde.

AB - Allereerst valt op dat het topsportklimaat en het topsportsucces van Nederland grosso modo zijn verbeterd terwijl de in topsport geïnvesteerde middelen min of meer gelijk zijn gebleven. Op basis daarvan kan worden gesteld dat de efficiëntie van het beleid is toegenomen. Het is goed mogelijk dat dit mede het gevolg is van het focusbeleid dat NOC*NSF sinds 2013 heeft gevoerd: de beschikbare middelen zijn vanaf dat jaar ingezet in topsportprogramma’s metde grootste kans op sportief succes. Als gevolg van dit focusbeleid hebben sommige bonden hun topsportbudget zien toenemen, terwijl andere sportbonden de inkomsten voor hun topsportprogramma hebben zien teruglopen of zelfs opdrogen. De prestatieontwikkeling van Nederlandse topsporters in de Olympische en Paralympische disciplines geeft reden te veronderstellen dat dit focusbeleid per saldo een positieve uitwerking heeftgehad: met gelijk gebleven uitgaven uit collectieve middelen zijn betere prestaties geleverd. Of het topsportbeleid daarmee ook effectief is geweest, valt niet te bepalen. Daarvoor weten we te weinig over de invloed die de behaalde successen hebben gehad op de maatschappelijke betekenissen en de publieke waarde die met het topsportbeleid worden nagestreefd. De gepresenteerde onderzoeksgegevens laten wel zien dat de waarde die de Nederlandse bevolking toekent aan topsportsucces afneemt en dat de bevolking steeds meer verdeeld raakt over de wenselijkheid van verdere verhoging van de topsportuitgaven.Alle reden dus om te blijven volgen en analyseren hoe de topsportuitgaven zich verder ontwikkelen, of die leiden tot betere prestaties en wat daarvan de eecten zijn op de beoogde maatschappelijke betekenissen en publieke waarde.

KW - sportbeleid

KW - topsport

KW - nederland

KW - sportpolicy

KW - netherlands

M3 - Chapter

VL - 2018-31

SP - 138

EP - 174

BT - Rapportage sport 2018

PB - Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu & Sociaal en Cultureel Planbureau

CY - Den Haag

ER -

Dijk B, van Bottenburg M, de Bosscher V, de Rycke J, Funahashi H. Topsport. In Rapportage sport 2018. Vol. 2018-31. Den Haag: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu & Sociaal en Cultureel Planbureau. 2018. p. 138-174