Klimaatadaptieve bedrijventerreinen: Hoe krijgen overheden ondernemers mee om bestaande bedrijventerreinen klimaatadaptiever, natuurinclusiever en aantrekkelijker te maken?

Allard Roest, Ineke Baan, Floris Boogaard, Jesse Wagenaar, Peter van der Maas (First author), Derk Jan Stobbelaar, Eelco Buunk, Marianne Boer

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    232 Downloads (Pure)

    Abstract

    Achtergrond
    Klimaatverandering brengt risico’s voor de stedelijke omgeving met zich mee zoals hittestress, wateroverlast en langdurige droogte met schade aan infrastructuur. Binnen de stedelijke omgeving nemen bedrijventerreinen een bijzondere positie in: ze beslaan circa 20% van het bebouwde gebied.
    Bedrijventerreinen zijn grotendeels verhard, met weinig groen. Daardoor zijn de effecten van klimaatverandering hier vaak groter dan in andere bebouwde gebieden.
    De gevoeligheid van bedrijventerreinen voor klimaatverandering impliceert risico’s voor de terreinen zelf en voor de omgeving.
    Wateroverlast door intensieve neerslag, verlaging arbeidsproductiviteit door hitte en mogelijke schaarste van (proces)water door langdurige droogte zijn voorbeelden van bedreigingen die voor ondernemers urgenter worden. Bovendien hebben bedrijventerreinen, vanwege hun inrichting en ligging, een relatief grote impact op water, leefomgeving en biodiversiteit in de stad.
    Vanwege het grote verharde oppervlak en relatief weinig eigenaren (groot oppervlak per eigenaar), lijken er juist op bedrijventerreinen
    grote klimaatadaptieve kansen aanwezig te zijn. Vergroening van bedrijventerreinen lijkt een sleutelpositie in te nemen bij het integraal
    klimaatadaptief maken van deze terreinen. Vergroening heeft de potentie om hittestress te verminderen, biodiversiteit te versterken en het werk- en vestigingsklimaat voor bedrijven te verbeteren.
    Omdat het grootste deel van het oppervlak van bedrijventerreinen particulier bezit is, zijn het de ondernemers en vastgoedeigenaren die de klimaatadaptieve maatregelen uiteindelijk moeten implementeren en onderhouden. Dit vereist een effectieve publiek-private samenwerking met als doel: lagere klimaatrisico’s, een duurzaam economisch perspectief, lagere beheerkosten voor infrastructuur, een prettige en gezonde werkomgeving. De vraag is hoe deze samenwerking kan worden geïnitieerd en vorm kan worden gegeven.

    Onderzoek
    De uitdagingen maar vooral de kansen voor samenwerking rond klimaatadaptatie op bedrijventerreinen zijn onderzocht door een
    consortium tussen twee hogescholen, vijf gemeenten, drie waterschappen, drie groenbedrijven (mkb) en een milieufederatie. De volgende hoofdvraag stond centraal in het onderzoek:
    Wat is een effectieve werkwijze voor overheden om samen met ondernemers bedrijventerreinen klimaatadaptief te
    maken en waarvan is deze effectiviteit afhankelijk?
    Deze hoofdvraag is op te splitsen in de volgende deelvragen:
    1. Wat zijn knelpunten en kansen om integrale klimaatadaptieve maatregelen te verenigen met ambities en belangen van ondernemers en overheden?
    2. Wat zijn (kosten)effectieve integrale maatregelen en van welke factoren of omstandigheden is de effectiviteit en (meer)waarde afhankelijk?
    3. Welke factoren belemmeren of stimuleren de implementatie van integrale maatregelen op bedrijventerreinen en hoe kan door samenwerking de implementatie worden bevorderd?
    Het onderzoek heeft plaatsgevonden op vijf bedrijventerreinen in
    Noord Nederland, volgens een Living Lab aanpak:. een traject waarin
    ondernemers, overheden, onderwijs en andere belanghebbenden
    samenwerken aan een complex vraagstuk. In dit geval integrale
    vergroening en klimaatbestendig maken van bestaande terreinen.
    Het Ecomunitypark, een groen en duurzaam werklandschap van 17
    hectare in Oosterwolde, is in het onderzoek betrokken als groene
    benchmark-locatie. Tijdens het onderzoek is samengewerkt met
    ondernemers en bedrijvenverenigingen.
    3
    Resultaten
    Bedrijventerreinen zijn sterk versteend, veel oppervlak is privaat eigendom
    Met behulp van openbare data, modelberekeningen en ruimtelijke
    statistiek zijn verschillende kenmerken van de fysieke omgeving in kaart
    gebracht: clusters van verharding en groen, mate van afvloeiing, risico op
    wateroverlast, en eigendomssituatie. Uit de analyses blijkt dat 60 – 80% van
    het oppervlak op de bedrijventerreinen verhard is en dat 75 – 82% van het
    oppervlak in particulier bezit is.
    Door de verschillende ruimtelijke kenmerken op een kaart te integreren
    ontstaat inzicht in de locaties waar zich (voor klimaatverandering) de
    meest kwetsbare en de minst kwetsbare locaties bevinden. De analyses
    tonen veelal dat de minst kwetsbare gebieden veelal publiek terrein
    betreft, en de meest kwetsbare oppervlaktes in particulier bezit zijn.
    Dit suggereert dat de meeste impact kan worden gemaakt door juist op
    particulier terrein groenmaatregelen te nemen.
    Bedrijventerreinen kunnen hitte eilanden worden
    Uit de resultaten blijkt dat bedrijventerreinen stedelijke hitte-eilanden
    (UHI’s) kunnen worden tijdens warme zomerdagen. Tijdens een hittegolf
    in augustus 2022 was het in de late avond (21.00 – 23.59 uur) tot bijna
    5 graden warmer op bedrijventerreinen die sterk versteend zijn, in
    vergelijking tot het buitengebied. Op het Ecomunitypark in Oosterwolde,
    een werklandschap met veel groen, bleek het hitte-eiland-effect beperkt
    tot ruim 2 °C. De resultaten suggereren dat meer groen resulteert in een
    afname van het UHI-effect van circa 0,7 °C per 10% meer groen oppervlak.
    Daarbij wordt aangetekend dat de meeste mensen overdag aan het werk
    zijn, en niet in het tijdvak met de meeste uitstraling (21:00 - 23:59 uur).
    Biodiversiteit is met eenvoudige maatregelen te stimuleren
    Om een beeld te krijgen van de biodiversiteit is gekeken naar de huidige
    situatie van de soortenrijkdom aan flora en fauna en de hoeveelheid
    biomassa bij de aangetroffen vliegende insecten op de verschillende
    bedrijventerreinen. In totaal zijn op de zes bedrijventerreinen 323 soorten
    lage vegetatie, 51 soorten bomen, 43 soorten struiken, 56 soorten vogels,
    20 soorten libellen, 16 soorten dagvlinders, 4 soorten zoogdieren, 4 soorten
    amfibieën en 29 soorten insecten aangetroffen.
    Op alle bedrijventerreinen had de fysieke omgeving (habitat) invloed op
    de biodiversiteit. Met statistische modellen is getoetst welke factoren
    van invloed zijn op de lage vegetatiesoorten. Met Z-scores is berekend of
    meetpunten onder gemiddeld, net boven gemiddeld en bovengemiddeld
    scoren. Op basis van de resultaten zijn haalbare streefbeelden
    geïdentificeerd: locaties met de meeste biodiversiteit. Dit biedt handvatten
    om laag scorende meetpunten binnen een bedrijventerrein aan te passen
    naar de omstandigheden van hoog scorende locaties. Dit kan ervoor
    zorgen dat de biodiversiteit wordt vergroot.
    De baten van groen zijn veelzijdig
    Met als doel het gesprek stimuleren over (verdeling van) kosten en
    baten van (klimaatadaptatie door) groenmaatregelen is een kengetallen
    kostenbaten-analyse (KKBA) uitgevoerd. In deze analyse is voor de
    verschillende bedrijventerreinen de huidige situatie (0-alternatief)
    vergeleken met een (denkbeeldig) alternatief waarin substantieel meer
    groen wordt gerealiseerd, namelijk vergroening van dertig procent van het
    verharde oppervlak waarvan de helft (15%) door middel van de aanleg van
    groene daken, de andere helft (15%) door de aanleg van wadi’s. De KKBA
    vergelijkt de netto constante waarde over een termijn van 30 jaar.
    De uitkomsten van onze KKBA berekeningen suggereren dat vergroening
    loont: de baten overstijgen de kosten, zowel monetair als niet monetair.
    We gebruiken hier bewust de term ‘suggereren’ omdat de uitkomsten
    van de monetaire kosten- en baten berekeningen resultanten zijn van
    de aannames die zijn gehanteerd met betrekking tot de verschillende
    inputparameters. De snelheid en mate van klimaatverandering zijn
    onzeker. Datzelfde geldt voor de effecten van klimaatverandering op
    bedrijven, bedrijventerreinen en de omgeving, voor de verschillende
    domeinen: arbeidsproductiviteit, welzijn en gezondheid, fysieke overlast
    door hitte en water, waarde van onroerend goed, biodiversiteit etc..
    4
    Tenslotte: realisatie van meer groen en klimaatadaptatie in de praktijk
    Het Raak Publiek onderzoek Klimaatadaptieve Bedrijventerreinen
    heeft aangetoond dat klimaatadaptatie via vergroening van bestaande
    bedrijventerreinen voordelen biedt, die zowel de belangen van
    bedrijven als van de samenleving kunnen dienen. Implementatie van
    (groen)maatregelen op bedrijventerreinen behoeft samenwerking
    tussen overheden en ondernemers. Verder heeft het project duidelijk
    gemaakt dat het klimaatadaptief maken en vergroenen van bestaande
    bedrijventerreinen maatwerk is. Een uniforme werkwijze is daarom niet
    adequaat, maar op basis van de bevindingen kunnen wel do’s en dont’s
    worden afgeleid, primair voor overheden. De do’s en dont’s zijn gericht
    op pioritering, initiatie, faciliteren, organisatie en communicatie rond
    vergroening van bedrijventerreinen, onder andere:
    • Het initiëren en stimuleren van showcases;
    • Het communiceren over waarom vergroening belangrijk is in ‘taal’
    van ondernemers;
    • Het faciliteren met kennis, en mogelijke subsidies;
    • Het faciliteren door een contactpersoon tussen gemeente en
    bedrijvenverenigingen;
    • Het stimuleren van een goede organisatiegraad van
    bedrijvenverenigingen;
    • Het maken van verbindingen tussen beleidsterreinen, ten
    behoeve van een integrale scope, met zicht op koppelkansen.
    Original languageDutch
    PublisherVan Hall Larenstein University of Applied Sciences
    Commissioning bodyNationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA
    Number of pages86
    Publication statusPublished - 30 Nov 2023

    Keywords

    • climate adaptation
    • climate adaption
    • business parks

    Cite this