In welke mate is MMM er in geslaagd een relatie op te bouwen met de aangesloten aannemers en de eindconsument

Timo Asses, Sonny Gnocchi, Jan-Jacob Posthumus, Bart Sinnige

Research output: Book/ReportReportProfessional

53 Downloads (Pure)

Abstract

In 2006 is het convenant Meer Met Minder (MMM) ondertekend door verschillende
partijen, waaronder het Ministerie van VROM. Dit convenant houdt in dat het
energieverbruik in huishoudens en andere gebouwen drastisch terug moet worden gebracht. Door middel van energiebesparende maatregelen wil MMM dit doel gaan bereiken.
De doelstelling van het evaluatieonderzoek onder de aangesloten aannemers bij MMM was om met de uitkomsten van het onderzoek de relatie tussen MMM en de aannemer en de eindconsument in beeld te brengen. De vraag die centraal staat gedurende het onderzoek is: In welke mate is MMM er in geslaagd een relatie op te bouwen met de aangesloten aannemers en de eindconsument? Om deze centrale vraag te beantwoorden zijn er een aantal specifieke deelvragen opgesteld. Om de centrale vraag te beantwoorden zijn eerst de deelvragen beantwoord.
De volgende onderzoeksmethode is gebruikt om informatie in te winnen ten faveure van het onderzoek: ‘Het doen van kwalitatief onderzoek met behulp van telefonische interviews met open vragen’’. Er is gekozen voor kwalitatief onderzoek. Dit omdat een kwalitatief onderzoek ruimte geeft voor een eigen inbreng van de respondent.
Uit de interviews zijn belangrijke resultaten naar voren gekomen. Sinds de ondertekening van het convenant Meer Met Minder in 2006 is de relatie nog erg prille. Het aantal aannemers dat zich tot op heden heeft aangesloten, beperkt zich tot een selecte groep aannemers. Daarnaast hebben aannemers nog niet veel gebruikt gemaakt van de mogelijkheden die MMM hen biedt. Slechts een kleine groep aannemers heeft tot op heden extra omzet kunnen genereren dankzij MMM. Daarnaast zorgt het slechte communicatieproces voor onduidelijkheden en problemen.
Een groot deel van de aannemers geeft in het interview aan dat de naamsbekendheid van MMM nog te gering is om het initiatief tot een succes te maken. Tevens is energiebesparing nog niet een prioriteit voor de consument. Zij zien kostenbesparingen in hun verbouwing als prioriteit, dit verkiezen zij boven het milieuvriendelijke MMM.
Kortom de relatie die Meer Met Minder wil opbouwen met zowel de aannemer als
de consument is nog niet op het niveau dat het zou moeten wezen. Er zijn nog tal van verbeterpunten die MMM tot een succes kunnen maken.
Studentenonderzoek in het kader van het thema Duurzaam bouwen.
Original languageDutch
PublisherHanze University of Applied Sciences, Groningen - Research Centre for Built Environment – NoorderRuimte
Number of pages71
Publication statusPublished - 2010

Keywords

    Cite this

    Asses, T., Gnocchi, S., Posthumus, J-J., & Sinnige, B. (2010). In welke mate is MMM er in geslaagd een relatie op te bouwen met de aangesloten aannemers en de eindconsument. Hanze University of Applied Sciences, Groningen - Research Centre for Built Environment – NoorderRuimte.
    Asses, Timo ; Gnocchi, Sonny ; Posthumus, Jan-Jacob ; Sinnige, Bart. / In welke mate is MMM er in geslaagd een relatie op te bouwen met de aangesloten aannemers en de eindconsument. Hanze University of Applied Sciences, Groningen - Research Centre for Built Environment – NoorderRuimte, 2010. 71 p.
    @book{cee6ef3766be4a01b6ba38b0f3cc23d9,
    title = "In welke mate is MMM er in geslaagd een relatie op te bouwen met de aangesloten aannemers en de eindconsument",
    abstract = "In 2006 is het convenant Meer Met Minder (MMM) ondertekend door verschillendepartijen, waaronder het Ministerie van VROM. Dit convenant houdt in dat hetenergieverbruik in huishoudens en andere gebouwen drastisch terug moet worden gebracht. Door middel van energiebesparende maatregelen wil MMM dit doel gaan bereiken.De doelstelling van het evaluatieonderzoek onder de aangesloten aannemers bij MMM was om met de uitkomsten van het onderzoek de relatie tussen MMM en de aannemer en de eindconsument in beeld te brengen. De vraag die centraal staat gedurende het onderzoek is: In welke mate is MMM er in geslaagd een relatie op te bouwen met de aangesloten aannemers en de eindconsument? Om deze centrale vraag te beantwoorden zijn er een aantal specifieke deelvragen opgesteld. Om de centrale vraag te beantwoorden zijn eerst de deelvragen beantwoord.De volgende onderzoeksmethode is gebruikt om informatie in te winnen ten faveure van het onderzoek: ‘Het doen van kwalitatief onderzoek met behulp van telefonische interviews met open vragen’’. Er is gekozen voor kwalitatief onderzoek. Dit omdat een kwalitatief onderzoek ruimte geeft voor een eigen inbreng van de respondent.Uit de interviews zijn belangrijke resultaten naar voren gekomen. Sinds de ondertekening van het convenant Meer Met Minder in 2006 is de relatie nog erg prille. Het aantal aannemers dat zich tot op heden heeft aangesloten, beperkt zich tot een selecte groep aannemers. Daarnaast hebben aannemers nog niet veel gebruikt gemaakt van de mogelijkheden die MMM hen biedt. Slechts een kleine groep aannemers heeft tot op heden extra omzet kunnen genereren dankzij MMM. Daarnaast zorgt het slechte communicatieproces voor onduidelijkheden en problemen.Een groot deel van de aannemers geeft in het interview aan dat de naamsbekendheid van MMM nog te gering is om het initiatief tot een succes te maken. Tevens is energiebesparing nog niet een prioriteit voor de consument. Zij zien kostenbesparingen in hun verbouwing als prioriteit, dit verkiezen zij boven het milieuvriendelijke MMM.Kortom de relatie die Meer Met Minder wil opbouwen met zowel de aannemer alsde consument is nog niet op het niveau dat het zou moeten wezen. Er zijn nog tal van verbeterpunten die MMM tot een succes kunnen maken.Studentenonderzoek in het kader van het thema Duurzaam bouwen.",
    keywords = "huishoudens, energiebesparing",
    author = "Timo Asses and Sonny Gnocchi and Jan-Jacob Posthumus and Bart Sinnige",
    year = "2010",
    language = "Dutch",
    publisher = "Hanze University of Applied Sciences, Groningen - Research Centre for Built Environment – NoorderRuimte",
    address = "Netherlands",

    }

    Asses, T, Gnocchi, S, Posthumus, J-J & Sinnige, B 2010, In welke mate is MMM er in geslaagd een relatie op te bouwen met de aangesloten aannemers en de eindconsument. Hanze University of Applied Sciences, Groningen - Research Centre for Built Environment – NoorderRuimte.

    In welke mate is MMM er in geslaagd een relatie op te bouwen met de aangesloten aannemers en de eindconsument. / Asses, Timo; Gnocchi, Sonny; Posthumus, Jan-Jacob; Sinnige, Bart.

    Hanze University of Applied Sciences, Groningen - Research Centre for Built Environment – NoorderRuimte, 2010. 71 p.

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    TY - BOOK

    T1 - In welke mate is MMM er in geslaagd een relatie op te bouwen met de aangesloten aannemers en de eindconsument

    AU - Asses, Timo

    AU - Gnocchi, Sonny

    AU - Posthumus, Jan-Jacob

    AU - Sinnige, Bart

    PY - 2010

    Y1 - 2010

    N2 - In 2006 is het convenant Meer Met Minder (MMM) ondertekend door verschillendepartijen, waaronder het Ministerie van VROM. Dit convenant houdt in dat hetenergieverbruik in huishoudens en andere gebouwen drastisch terug moet worden gebracht. Door middel van energiebesparende maatregelen wil MMM dit doel gaan bereiken.De doelstelling van het evaluatieonderzoek onder de aangesloten aannemers bij MMM was om met de uitkomsten van het onderzoek de relatie tussen MMM en de aannemer en de eindconsument in beeld te brengen. De vraag die centraal staat gedurende het onderzoek is: In welke mate is MMM er in geslaagd een relatie op te bouwen met de aangesloten aannemers en de eindconsument? Om deze centrale vraag te beantwoorden zijn er een aantal specifieke deelvragen opgesteld. Om de centrale vraag te beantwoorden zijn eerst de deelvragen beantwoord.De volgende onderzoeksmethode is gebruikt om informatie in te winnen ten faveure van het onderzoek: ‘Het doen van kwalitatief onderzoek met behulp van telefonische interviews met open vragen’’. Er is gekozen voor kwalitatief onderzoek. Dit omdat een kwalitatief onderzoek ruimte geeft voor een eigen inbreng van de respondent.Uit de interviews zijn belangrijke resultaten naar voren gekomen. Sinds de ondertekening van het convenant Meer Met Minder in 2006 is de relatie nog erg prille. Het aantal aannemers dat zich tot op heden heeft aangesloten, beperkt zich tot een selecte groep aannemers. Daarnaast hebben aannemers nog niet veel gebruikt gemaakt van de mogelijkheden die MMM hen biedt. Slechts een kleine groep aannemers heeft tot op heden extra omzet kunnen genereren dankzij MMM. Daarnaast zorgt het slechte communicatieproces voor onduidelijkheden en problemen.Een groot deel van de aannemers geeft in het interview aan dat de naamsbekendheid van MMM nog te gering is om het initiatief tot een succes te maken. Tevens is energiebesparing nog niet een prioriteit voor de consument. Zij zien kostenbesparingen in hun verbouwing als prioriteit, dit verkiezen zij boven het milieuvriendelijke MMM.Kortom de relatie die Meer Met Minder wil opbouwen met zowel de aannemer alsde consument is nog niet op het niveau dat het zou moeten wezen. Er zijn nog tal van verbeterpunten die MMM tot een succes kunnen maken.Studentenonderzoek in het kader van het thema Duurzaam bouwen.

    AB - In 2006 is het convenant Meer Met Minder (MMM) ondertekend door verschillendepartijen, waaronder het Ministerie van VROM. Dit convenant houdt in dat hetenergieverbruik in huishoudens en andere gebouwen drastisch terug moet worden gebracht. Door middel van energiebesparende maatregelen wil MMM dit doel gaan bereiken.De doelstelling van het evaluatieonderzoek onder de aangesloten aannemers bij MMM was om met de uitkomsten van het onderzoek de relatie tussen MMM en de aannemer en de eindconsument in beeld te brengen. De vraag die centraal staat gedurende het onderzoek is: In welke mate is MMM er in geslaagd een relatie op te bouwen met de aangesloten aannemers en de eindconsument? Om deze centrale vraag te beantwoorden zijn er een aantal specifieke deelvragen opgesteld. Om de centrale vraag te beantwoorden zijn eerst de deelvragen beantwoord.De volgende onderzoeksmethode is gebruikt om informatie in te winnen ten faveure van het onderzoek: ‘Het doen van kwalitatief onderzoek met behulp van telefonische interviews met open vragen’’. Er is gekozen voor kwalitatief onderzoek. Dit omdat een kwalitatief onderzoek ruimte geeft voor een eigen inbreng van de respondent.Uit de interviews zijn belangrijke resultaten naar voren gekomen. Sinds de ondertekening van het convenant Meer Met Minder in 2006 is de relatie nog erg prille. Het aantal aannemers dat zich tot op heden heeft aangesloten, beperkt zich tot een selecte groep aannemers. Daarnaast hebben aannemers nog niet veel gebruikt gemaakt van de mogelijkheden die MMM hen biedt. Slechts een kleine groep aannemers heeft tot op heden extra omzet kunnen genereren dankzij MMM. Daarnaast zorgt het slechte communicatieproces voor onduidelijkheden en problemen.Een groot deel van de aannemers geeft in het interview aan dat de naamsbekendheid van MMM nog te gering is om het initiatief tot een succes te maken. Tevens is energiebesparing nog niet een prioriteit voor de consument. Zij zien kostenbesparingen in hun verbouwing als prioriteit, dit verkiezen zij boven het milieuvriendelijke MMM.Kortom de relatie die Meer Met Minder wil opbouwen met zowel de aannemer alsde consument is nog niet op het niveau dat het zou moeten wezen. Er zijn nog tal van verbeterpunten die MMM tot een succes kunnen maken.Studentenonderzoek in het kader van het thema Duurzaam bouwen.

    KW - huishoudens

    KW - energiebesparing

    M3 - Report

    BT - In welke mate is MMM er in geslaagd een relatie op te bouwen met de aangesloten aannemers en de eindconsument

    PB - Hanze University of Applied Sciences, Groningen - Research Centre for Built Environment – NoorderRuimte

    ER -

    Asses T, Gnocchi S, Posthumus J-J, Sinnige B. In welke mate is MMM er in geslaagd een relatie op te bouwen met de aangesloten aannemers en de eindconsument. Hanze University of Applied Sciences, Groningen - Research Centre for Built Environment – NoorderRuimte, 2010. 71 p.